- Publicatiedatum: 11-01-2026
- Intro foto:
- Intro tekst: Over dissociatie, burn-out en de weg terug naar jezelf
- Artikeltekst:
Jarenlang functioneerde ik binnen een prestatiegericht systeem zonder dat iemand — inclusief ikzelf — dat problematisch vond. Ik werkte in de financiële wereld, droeg verantwoordelijkheid, behaalde resultaten. Aan de buitenkant was er stabiliteit en succes. Aan de binnenkant voltrok zich iets anders: een geleidelijke verwijdering van mijn lichaam en mijn gevoelsleven.
Vanuit een klinisch en neurobiologisch perspectief kan deze toestand worden omschreven als functionele dissociatie. Het zenuwstelsel schakelt delen van de gevoelsmatige en lichamelijke waarneming uit om langdurige stress, druk of overweldiging hanteerbaar te maken. Cognitief blijf je beschikbaar, emotioneel en lichamelijk trek je je terug. Dit mechanisme is niet pathologisch — het is adaptief. En juist daarom zo verraderlijk.
In 2012 bereikte dit proces zijn grens — een kantelpunt. Mijn burn-out was geen plotselinge instorting, maar het voorspelbare gevolg van jarenlange autonome overbelasting. Symptomen als chronische vermoeidheid, paniekachtige sensaties, gespannen ademhaling en slaapproblemen waren geen afzonderlijke stoornissen, maar uitingen van één ontregeld systeem: een zenuwstelsel dat te lang in overlevingsstand had gefunctioneerd.
Wat mij in die periode opviel — en wat ik later ook bij cliënten met stress-, burn-out- en paniekklachten herken — is dat het probleem zelden alleen psychologisch is. Ingrijpen op het niveau van cognitie of gedrag blijkt vaak onvoldoende. Inzicht alleen reguleert geen zenuwstelsel.
De weg terug begon daarom niet met denken, maar met waarnemen.
Mijn herstel markeerde het begin van een onderzoeksproces: wat gebeurt er wanneer je het lichaam opnieuw betrekt bij heling? Wanneer aandacht verschuift van ‘begrijpen’ naar ‘ervaren’? Het bleek een fundamentele verschuiving. Door lichaamsgerichte interventies werd zichtbaar hoe spanning zich vastzet in adem, houding, spierspanning en relationele patronen. Pas toen deze lagen werden meegenomen, ontstond er daadwerkelijke regulatie.
De integratie van ademwerk, lichaamsgerichte NLP, ACT en systemisch werk (familieopstellingen) maakte zichtbaar hoe individuele klachten vaak ingebed zijn in grotere contexten: familiesystemen, loyaliteiten, prestatienormen en vroeg aangeleerde overlevingsstrategieën. Het lichaam fungeert hierin niet als symptoomdrager, maar als informatiedrager: het draagt geschiedenis, aanpassing en onverwerkte spanning in zich.
Voor mensen met aanhoudende stress, burn-out of paniekgevoelens is dit een essentieel inzicht: herstel vraagt om een benadering die het hele systeem aanspreekt. Niet alleen het hoofd, maar ook het lichaam. Niet alleen het individu, maar ook de context waarin het heeft moeten functioneren.
Leven op de automatische piloot is geen persoonlijk tekort. Het is een signaal van een systeem dat te lang is overvraagd.
Het lichaam als integrerend systeem
Het lichaam slaat ervaringen niet op als verhalen, maar als patronen van spanning, ademhaling, houding en autonome reacties. Vanuit neurofysiologisch perspectief is dit logisch: het zenuwstelsel reageert sneller dan het cognitieve brein en organiseert veiligheid of dreiging vóórdat er woorden zijn. Wat niet gereguleerd kan worden, wordt vastgehouden.
Dit verklaart waarom mensen met stress-, burn-out- en paniekklachten vaak rationeel begrijpen wat er speelt, maar lichamelijk iets anders ervaren. Het denken loopt vooruit op het lichaam. Zolang deze discrepantie blijft bestaan, blijft herstel fragmentarisch.
Integratie betekent daarom niet ‘meer doen’, maar het samenbrengen van wat gescheiden is geraakt: voelen en denken, individu en systeem, verleden en heden. In lichaamsgerichte NLP wordt zichtbaar hoe diepgewortelde overtuigingen direct verbonden zijn met fysieke responsen. ACT voegt hier het vermogen aan toe om sensaties en emoties te verdragen zonder ze te hoeven vermijden of controleren. Systemisch werk maakt zichtbaar dat deze patronen zelden individueel ontstaan, maar vaak verbonden zijn aan loyaliteiten en onbewuste dynamieken binnen het familiesysteem.
Adem fungeert hierin als schakel. Niet als techniek, maar als directe toegang tot het autonome zenuwstelsel. Veranderingen in ademhaling weerspiegelen veranderingen in veiligheid. Wanneer adem ruimte krijgt, volgt het lichaam.
Mijn eigen burn-out in 2012 vormde het kantelpunt waarop deze lagen samenkwamen. Wat begon als persoonlijk herstel, ontwikkelde zich tot een integratief onderzoeksveld: hoe kan begeleiding eruitzien wanneer het lichaam niet wordt gezien als obstakel, maar als bron van informatie en richting?
Wanneer je merkt dat je al langere tijd functioneert op wilskracht, terwijl je lichaam signalen blijft geven — spanning, onrust, uitputting, paniek — dan vraagt dat niet om nóg meer zelfanalyse of controle, maar om begeleiding die integratie mogelijk maakt.
In mijn werk combineer ik ademwerk, lichaamsgerichte NLP, ACT en systemisch werk (familieopstellingen) om het zenuwstelsel weer veiligheid te laten ervaren en vastgezette patronen te doorbreken. Niet symptoomgericht, maar systeemgericht. Niet alleen praten, maar belichaamd werken.
Als dit resoneert en je voelt dat het tijd is om niet langer alleen te blijven functioneren, nodig ik je uit om een afspraak te plannen.
Via mijn website www.evbalans.nl kun je een eerste gesprek inplannen. Dit gesprek is bedoeld om te onderzoeken wat jouw lichaam laat zien, waar de ontregeling is ontstaan en welke vorm van begeleiding passend is.
De stap zetten is geen teken dat het niet meer gaat. Het is een teken dat je bereid bent om werkelijk aanwezig te zijn — bij jezelf.
- Raadplegingen: 114



